Plannen kabinet om rente studieschulden te verhogen onrechtmatig?

English Below.

Als student is het je de afgelopen tijd vast niet ontgaan. Minister van onderwijs, mevr. van Engelshoven, was van plan om de rente op studieschulden te verhogen. Op dit moment wordt de rente vastgesteld aan de hand van de 5-jaarsrente, terwijl het plan was om dit te veranderen naar de 10-jaarsrente. Dit zou leiden tot tientallen, wellicht honderden miljoenen euro’s aan extra inkomsten voor de staat. Daarentegen zou deze maatregel een gemiddelde student naar schatting 5.500 euro kosten. Deze maatregel leidde tot veel protest, waardoor de wet die het mogelijk moest maken, werd ingetrokken. De protesterende partijen voerden onder meer aan dat deze wet in strijd is met het internationale onderwijsrecht.

Studentenorganisaties haalden het VN-verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (hierna: IESCR) aan. Dit verdrag, opgesteld door de VN, bevat een groot aantal mensenrechten met een comité dat toeziet op de naleving ervan. Deze rechten zijn doorgaans geen absolute rechten maar enkel inspanningsverplichtingen. Oftewel, staten hebben de plicht om de rechten in het verdrag zo veel mogelijk na te streven. Bovendien hebben de rechten neergelegd in het verdrag over het algemeen geen rechtstreekse werking. Dit houdt in dat je de rechten uit dit verdrag niet zomaar kan inroepen als burger voor een Nederlandse rechter. Het artikel waarop de studentenorganisaties zich beroepen is art. 13 lid 2 IESCR van het verdrag; waarin staat dat verdragsstaten ervoor moeten zorgen dat het hoger onderwijs geleidelijk kosteloos wordt en voor iedereen toegankelijk.

De voorgestelde maatregel lijkt daarmee in strijd aldus verschillende juristen, zie hiervoor bijvoorbeeld dit artikel. Immers, in plaats van het streven naar kosteloos onderwijs wordt het studeren alleen maar duurder. Echter, zoals eerder vermeld is een regel uit het IESCR hoogstwaarschijnlijk niet inroepbaar voor de Nederlandse rechter. Het verdrag legt enkel verplichtingen op aan staten en zij hebben veel vrijheid bij de uitvoering hiervan. Het zou in strijd zijn met de scheiding der machten als een rechter een democratisch gekozen regering dwingt om bepaalde stappen wel of niet te nemen. Dit wordt als zeer onwenselijk gezien in een rechtsstaat zoals Nederland. 

Desalniettemin zijn er nog andere manieren, zoals een gang naar het toezichthoudend orgaan van het IESCR, wat over het algemeen veel tijd kost. Of het inroepen van andere verdragen die minder expliciet zijn over het kosteloos onderwijs dan het IESCR. Al met al, lijkt de handelswijze van de Nederlandse staat in strijd te zijn met het verdrag waar Nederland partij bij is. Daarentegen kan Nederland door de Nederlandse rechter niet worden verplicht om het te veranderen. Gelukkig voor Nederlandse studenten is de wet op het laatste moment ingetrokken. Doordat er onlangs verkiezingen zijn geweest en de samenstelling van de Eerste Kamer sterk is gewijzigd, is het zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke wet binnenkort alsnog van kracht zou worden.

Plans Dutch government to increase the interest of Dutch study debts unlawfully?

As a student you have probably noticed something about the plans of mss. van Engelshoven, the Dutch secretary of education. She came up with a legislative proposal which increases the interest on study loans, which most of the Dutch students have. At the moment the interest is based on a five years term but when the plan of the secretary have been introduced the interest is based on a ten years term. As a result of this increase, the Dutch government makes a profit of hundreds of million Euros. On the other hand the average costs for a normal Dutch student are estimated at 5.500 Euros. This measure was strongly protested which resulted in withdrawing the legislative proposal by the secretary. Different students groups claimed that the measure was contrary to the international education law.

These organizations invoke the treaty of International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights: the ICESCR. This treaty, made by the UN, includes a lot of human rights and a committee which controls the state parties if they achieve their duties. These rights are not absolute but are best-efforts obligations. In other words, states have to aspire the rights as good as possible. Moreover the rights in the treaty are normally not invocable for a normal citizen, the only way to maintain for a normal citizen is to complain at the committee. The right which might be violated by the legislative proposal is article 13, which says that higher education should be made for free and is accessible for everyone.

A few Dutch lawyers already said that the measure of the government is conflicting with the rights in the ICESR. Instead of making the higher education for free the government is making it only more expensive for Dutch students. However, probably a rule of the ICESR is not invocable for a Dutch citizen before a Dutch court. Because these duties are best-effort obligations states have a lot of freedom how to effectuate these rights. It is contrary to the trias politica that a court can obligate a democratically chosen government to take measures especially when the government has a lot of freedom in achieving this duty. In a democratic state under the rule of law is this a very important thing.

However, there might be a few other grounds such as going to the IESCR committee, which takes a lot of time or appeal on other treaties which are not as clear about free higher education as the ISESCR. All in all, the proposal from mss. Van Engelshoven seems to conflict with the international education law. On the other hand it is unlikely that a Dutch student organization can invoke an article of this article because of the rule of law. Fortunately for Dutch students the legislative proposal is withdrawn. Because of the last elections of the Dutch senate and the changed composition of the senate it is unlikely that a comparable legislative proposal makes it through.